Als bang zijn leidt tot sociaal isolement

Bang voor spinnen met harige poten. Bang in het donker of om alleen thuis te zijn. Niet kunnen slapen, omdat je morgen een spreekbeurt moet houden. Bang voor die grote bouvier van de buren. Ieder kind is wel ergens bang voor. Niets om je als ouder zorgen over te maken. Wel als die angst zodanige vormen aanneemt dat je kind op school en thuis niet meer normaal functioneert. Wat doe je dan als ouder? En nog belangrijker, is er iets aan te doen?

 

Het GGZ-centrum voor Kinderen en Jeugdigen (K&J) van de Riagg Maastricht en Mondriaan Zorggroep behandelt kinderen en jongeren tussen de 0 en 18 jaar met psychische problemen, waaronder angststoornissen. Belangrijk in de behandeling is dat ouders betrokken worden. De vorm en de mate waarin verschilt per therapie. In 2005 ontwikkelde het GGZ-centrum K&J een nieuw succesvol protocol voor angststoornissen.

 

Kind, ouders en het gezin 
Eugene Wijnands is gedragstherapeut bij het GGZ-centrum K&J. “Tot voor kort gingen we er vanuit dat angststoornissen het beste te behandelen zijn met een therapie waar het accent lag op behandeling van de ouders, waarbij het kind betrokken werd. De zogenaamde gezinsvariant. Onderzoek wees echter uit dat therapie waarbij de focus meer op het kind als individu ligt, effectiever is. Bij deze therapie zijn minder kind-ouder sessies dan in de gezinsvariant, maar de betrokkenheid van de ouders is zeker niet gering.       


Reële angst of niet?
Stel een kind is bang om vragen te stellen in de klas, bang om uitgelachen te worden. Zondert zich daardoor af. Hoe pak je zo’n probleem aan? “Ik kijk waar een kind bang voor is, ga met het kind praten of dit nu een reële angst is of niet en ik stel vragen”, vertelt Eugene Wijnands. Als een ander kind een vraag stelt, lachen ze dan ook? “Ik probeer het kind zelf te leren ontdekken of wat hij denkt wel klopt en dat verschillende kinderen over dezelfde situatie anders kunnen denken. Dit is de eerste fase in de therapie, het cognitieve deel. De tweede stap is gedrag beïnvloeden en veranderen. Stap voor stap ga je kinderen opdrachten geven. Bijvoorbeeld een vraag stellen aan de leraar na de les. Als dan een positieve ervaring wordt opgedaan, is de drempel al lager om een vraag in de klas te stellen. Zo bouw je het trapsgewijs op. Kinderen krijgen een cursusboek, waarin we samenvatten wat ze gedaan hebben en voor de volgende keer moeten doen. Ook ouders krijgen zo’n cursusboek.”    

 

Goed voorbeeld doet goed volgen
Eugene Wijnands: “In de kind-ouder sessies gaan we terug naar de eigen opvoedsituatie van de ouders. Vaak zie je dat bij angst ook een genetische factor aanwezig is. De ene persoon is angstiger aangelegd dan de ander. Voorbeeldgedrag speelt ook een grote rol. Als ouders iets als gevaarlijk ervaren en benoemen, zal een kind dat op termijn ook zo ervaren. Wij proberen ouders dat zelf te laten ontdekken. Ze leren dat er verschil is tussen gezonde en ongezonde angsten. Ook leren we ouders hoe ze hun kind in de thuissituatie moeten coachen. Zij moeten voorbeeldgedrag tonen.”


Resultaat
Bij 80% van de kinderen is na afloop van de therapie – welke bestaat uit twaalf sessies – de angststoornis volledig verholpen. Van de overgebleven 20% heeft het merendeel nog wel wat klachten, maar het belemmert hun dagelijkse functioneren niet meer. Een bijkomend effect is, dat ook de ouders minder last hebben van angsten. Het succesvolle angstprotocol wordt momenteel gebruikt als leidraad voor een nieuw te ontwikkelen protocol voor angstige kinderen met een contactstoornis.