Autisme spectrumstoornis

Ouders maken zich vaak zorgen over de ontwikkeling van hun kind. Ze worden gekweld door allerlei vragen of vermoedens dat er met hun kind iets aan de hand is.

 

Groeit mijn kind wel hard genoeg? Leert hij wel snel genoeg lopen? Hoe komt het dat hij nog steeds niet wil gaan zitten? Waarom huilt ze nu alweer? Waar komen die driftbuien toch vandaan? Hij is zo stil en maakt zo weinig contact, hoe zit dat toch? Waarom rent hij voortdurend als een razende door het huis? Is dat wel normaal? De kernvraag is steeds of het kind zich 'normaal' ontwikkelt. Maar normaal is een lastig begrip. Het antwoord op die vraag varieert per kind, per situatie, per cultuur en hangt sterk af van de ideeën die volwassenen daar over hebben.

 

Toch zijn er in de ontwikkeling van elk kind grote lijnen aan te geven. Vanaf hun eerste jaar beginnen de meeste kinderen bijvoorbeeld te lopen en als ze anderhalf zijn brabbelen ze vaak al heel wat af. Als een kind sterk afwijkt van deze grote lijnen en zijn ontwikkeling en opvoeding de ouders voor twijfels en problemen stelt, kan het zijn dat het kind een ontwikkelingsstoornis heeft. Kán, want: wat 'normaal' is, varieert per kind.