Spiegeltje, spiegeltje aan de wand

Slank en volmaakt, dat is de norm vandaag de dag. Op televisie worden we veelvuldig geconfronteerd met programma’s als Big diet, Make me beautiful en Extreme make-over. Als je jezelf mooier kunt maken, waarom zou je het dan niet doen? Sandra Mulkens - psychotherapeut bij de Riagg Maastricht en onderzoeker en docent aan de Universiteit Maastricht - maakt zich zorgen over deze trend. “Niet iedereen is gebaat bij cosmetische chirurgie. Bij sommige mensen is een psychisch probleem of stoornis de oorzaak van hun ontevredenheid met hun lichaam. Liposuctie, een neuscorrectie of facelift hebben dan weinig effect. Na de operatie is men nog steeds ontevreden over zijn of haar lichaam. Deze mensen zijn beter af met een psychologische behandeling.”  


Lichaamsbeeld is het centrale thema in het werk en onderzoek van Sandra Mulkens. Ze behandelt mensen met eetstoornissen en BDD (Body Dysmorphic Disorder), een stoornis in lichaamsbeleving.


Als eten en uiterlijk je leven beheersen
Ieder mens is dagelijks met eten bezig. Voor mensen met een eetstoornis is voedsel echter een obsessie geworden. Hun leven wordt beheerst door eten, afvallen en de angst om dik te zijn. Sandra: “Bij de Riagg behandelen we Bulimia Nervosa en ‘eetstoornis niet anders omschreven’. Bij Bulimia Nervosa is sprake van een chaotisch eetpatroon (periodes van weinig eten worden afgewisseld met eetbuien), gewichtscontrolemaatregelen (lijnen, laxeren, braken etc.) en van overgewaardeerde irrationele ideeën over het uiterlijk, gewicht en de lichaamsvormen. Bovendien is de zelfwaardering vaak laag en afhankelijk van gewicht en uiterlijk. Bij ‘eetstoornis niet anders omschreven’ kun je denken aan mensen met eetbuien die deze niet compenseren met braken, laxeren, sporten of streng diëten zoals bij Bulimia wel het geval is. Daardoor worden ze alsmaar dikker. Eetstoornissen ontstaan meestal voor het 18e jaar en komen vaak samen voor met depressieve gevoelens en angstklachten. Maar eetstoornissen kunnen ook op latere leeftijd ontstaan.”


“Mensen met BDD hebben een verkeerd beeld van hun eigen lichaam. Ze denken bijvoorbeeld dat ze heel erg lelijk zijn, maar zijn dat helemaal niet”, vertelt Sandra. “Ze zijn geobsedeerd door een of meer lichaamsdelen die zij lelijk vinden en zijn daar ook nog eens 3 tot 8 uur per dag mee bezig. Dat leidt vervolgens tot problemen in hun sociale en beroepsmatige functioneren.” Gelukkig zijn bovengenoemde psychische stoornissen goed te behandelen. “Bij de Riagg doen we al jaren onderzoek naar behandelmethoden en zijn we op het gebied van eetstoornissen en BDD koploper.”  


Cognitieve gedragstherapie, de oplossing   
Sandra: “De beste behandeling op dit moment is cognitieve gedragstherapie. Dat heeft onderzoek uitgewezen. In een aantal sessies werk je aan het realistischer maken van de gedachten die iemand heeft over zijn lichaam, zijn gewicht en over zichzelf als persoon. Het uiteindelijke doel van de therapie is eetbuien en compensatiemechanismen te verminderen, het eetpatroon te normaliseren en de zelfwaardering te verhogen. Bijvoorbeeld iemand vindt zichzelf dik en lelijk. Dan ga je kijken of dat waar is, door uitdaagtechnieken te gebruiken. Wat is dik? Wanneer is iemand te dik? Mensen met een eetstoornis hebben allerlei gedachten zoals: als ik zwaarder ben dan 58 kilo dan ben ik niet mooi of ben ik niets waard, als ik eetbuien heb dan ben ik een loser. Dit soort gedachten ga je in de therapie bewerken door te kijken wat wel en niet reëel is en dat werkt heel goed. Cliënten zijn over het algemeen heel tevreden over de behandeling. Ongeveer tweederde is na de behandeling (nagenoeg) klachtvrij.”