Blozen is sympathiek

30-01-2012

Bijna iedereen overkomt het wel eens: blozen. Leuk vinden we dit niet. Terwijl het juist een ,,sympathiek gebaar is.” Vertelt psychotherapeut Sandra Mulkens, werkzaam bij de Universiteit Maastricht en de Riagg Maastricht.  

 

Blozen is sympathiek
De Engelse natuurkundige Charles Darwin zei het al: iedereen bloost. Behalve kleine kinderen, mensen met een verstandelijke beperking en psychopaten. Want deze groepen hebben geen inlevingsvermogen. Ze zijn het centrum van hun eigen wereld. ,,Je gaat juist blozen omdat je je bewust bent van anderen”, zegt Sandra Mulkens, klinisch psycholoog/psychotherapeut bij de Riagg Maastricht en onderzoeker/docent aan de Universiteit Maastricht. ,,Blozen heeft een functie. Als mensen dit doen,laten ze zien dat ze begaan zijn met de situatie. Dat ze een empatisch vermogen hebben. Rood aanlopen is een sociaal signaal. Mensen laten zo zien dat ze zich betrokken voelen. Het is dan ook niet zo gek dat blozers over het algemeen sympathiek worden gevonden.
 

 

” Blozen lijkt dus vooral goed en positief. Mulkens beaamt dit. Dat wil niet zeggen dat mensen het fijn vinden, benadrukt ze. ,,Maar het gros stapt erover heen. Pubers hebben het meest last van blozen, omdat ze heel erg bezig zijn met wat anderen van hen vinden. Naarmate mensen ouder worden, wordt dit minder. Ze denken: ik ben goed zoals ik ben. Ze berusten en krijgen minder snel een rode kleur.”  

 

Mulkens, die volop onderzoek heeft gedaan naar het fenomeen blozen en erover publiceerde, zegt dat mensen hun blozen vaak verkeerd inschatten. Ze denken dat ze rood aanlopen en iedereen naar hen kijkt, terwijl dat niet zo hoeft te zijn. Ook de mate waarin iemand bloost, blijkt vaak niet overeen te komen met dat wat die persoon voelt.


Fobie
In principe is blozen een onschuldig fenomeen maar in de sociale omgang kan het soms behoorlijk lastig zijn. Het kan het leven van menigeen behoorlijk vergallen. Zo zijn er mensen die voortdurend stilstaan bij hoe anderen hen beoordelen. Ze denken vaak negatief over zichzelf en ontwijken sociale situaties. Ze durven hun mening niet te zeggen en maken zich in feite heel klein. ,,Deze mensen kunnen bloosangst ontwikkelen. Dat is een vorm van sociale fobie. Een huisarts zou deze mensen naar een ggz-instelling zoals de Riagg moeten verwijzen.”

Want in principe is er wat aan te doen. Mulkens wijst op cognitieve gedragstherapie: een parapluterm
voor allerlei therapieën en trainingen die inspelen op het gedrag en de gedachten van iemand. Zo zijn er aandachtstrainingen waarin mensen leren hun aandacht naar buiten te richten en niet steeds op zichzelf te focussen. Of therapieën waarin je probeert je negatieve gedachten over jezelf, en de gevolgen van bijvoorbeeld blozen, om te buigen naar meer realistische. ,,Als je anders leert denken, voel je je ook vaak beter.”

Er zijn ook medicijnen die er voor zorgen dat mensen minder angstig zijn en daardoor verminderen
vaak ook de zorgen over mogelijk blozen. In extreme gevallen kan een operatie, waarbij een zenuw (die het bloossignaal doorgeeft) wordt geblokkeerd, uitkomst bieden. Sandra Mulkens is daar niet voor, want ,,hierdoor raak je ook de sociale functie kwijt. Blozen heeft een evolutionaire betekenis. Die moet je koesteren. Mensen hebben elkaar nodig. Onder andere door te blozen laat je zien dat je deel uitmaakt van de groep. Zoiets wil je toch niet uitschakelen. Ik zou dan ook zeggen: mensen verenigt u en bloos.”

Gezondheidsbijlage: De Limburger, 24 januari 2012 
Download hier de volledige bijdrage over Blozen.


Meer weten over de behandeling van blozen, bel met 043 3299602.